Monumentenstatus advies ARM
>Stadsdeel
ZuiderAmstel
t.a.v.
de heer D. Adema
Postbus
74019
1070
BA Amsterdam
Betreft: adviesaanvraag inzake plaatsing van het Beatrixpark op de rijksmonumentenlijst
Amsterdam,
15 december 2004 \ 128
Geachte
heer Adema,
Naar
aanleiding van de adviesaanvraag voor plaatsing van het Beatrixpark
op de rijksmonumentenlijst adviseert de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg
om het park niet als rijksmonument aan te wijzen. De ARM is van mening dat de bovenlokale waarden die plaatsing
zouden rechtvaardigen niet kunnen worden aangetoond.
Vanwege
de betekenis dat het oudste deel van het park heeft voor de Amsterdamse
cultuurhistorie en stedebouw echter, pleit de ARM voor behoud en een passende bescherming. Deze zou
gevonden kunnen worden door het park als onderdeel van het beschermde
stadsgezicht Plan Zuid, op te nemen in het beschermende bestemmingsplan.
Aangenomen moet worden dat het park als groengebied een betere bescherming en
waarborg voor behoud heeft zodra de functie is vastgelegd in het
bestemmingsplan. Tussen nu en de daadwerkelijke aanwijzing dienen maatregelen
genomen te worden om aantastingen van dit deel van het park te voorkomen.
Het
park werd tussen 1936 en 1938 aangelegd aan de rand van het uitbreidingsgebied
dat in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934 aan het Plan Zuid
van H.P. Berlage werd toegevoegd. Berlage
had al met de opzet van zijn Plan Zuid plaats ingeruimd voor een groot park.
Echter de uiteindelijke ligging en aanleg van het Beatrixpark,
kwam op basis van het AUP tot stand. Het is het eerste park in Amsterdam dat
als onderdeel van een groot stedebouwkundig plan tot
stand kwam.
Verantwoordelijk
voor het ontwerp en de inrichting was vermoedelijk de stedebouwkundige,
mevrouw J. Mulder die een park creëerde dat zowel qua opzet als inrichting een
combinatie is van romantische principes (zoals schilderachtige glooiingen,
doorkijkjes en bosschages) en meer functionele uitgangspunten die op basis van
programmatisch onderzoek tot stand zijn gekomen. Voorbeelden van deze laatste
zijn de royale ruimte voor sport en spel, de bouw van een kinderbad en de
educatief bedoelde verscheidenheid aan boomsoorten (omdat het park met een
zanddek is opgehoogd kon een grote variëteit aan planten en bomen worden geplant).
Hét
voorbeeld van een park volgens de zogemaande ” Volkspark-stijl“,
dat in de vakliteratuur als zodanig wordt genoemd, is het stadspark in Hamburg
uit de jaren ’20. Daarin zijn voor het eerst op grote schaal sportvoorzieningen
in een park geïntroduceerd. De stijl is een combinatie van heel monumentale
elementen (zichtassen, lanen) en parkdelen in een verzakelijkte
landschapsstijl. Het park werd ontworpen voor grote groepen mensen die in de
gezonde buitenlucht aan sport en spel konden doen. Het is bekend dat de
ontwerpers van het Amsterdamse Bos, waaronder mevrouw Mulder, in de jaren ’30
een bezoek hebben gebracht aan het stadspark in Hamburg om zich op het
bosontwerp voor te bereiden. In het Amsterdamse Bos zijn ook duidelijk
elementen van de Volkspark-stijl terug te vinden
(bijvoorbeeld de Grote Vijver met Grote Weide, de lindenlaan
e.d.).
Het
Beatrixpark heeft eveneens een aantal functionele
stijlinvloeden, maar door de geringe omvang van het park ontbreekt de allure en
de monumentaliteit die het Amsterdamse Bos wel heeft.
In de Nederlandse vakliteratuur wordt het Zuiderpark
in Den Haag ( ±100 hectare) als hoogtepunt van de functionele parkaanleg
genoemd ( aangelegd in de jaren ’30, geopend 1936). Het park zal binnenkort als
rijksmonument worden aangewezen.
In
de loop der jaren is het Beatrixpark op een aantal
punten gewijzigd. Zo werd een deel van het park opgeofferd aan de bouw van de
RAI (1958) en werd in 1972 een deel van de Floriade
in het park ingericht.
Advies
Het
Beatrixpark is voor Amsterdam van waarde als
voorbeeld van een stadspark uit het eind van de jaren dertig van de vorige eeuw
en als onderdeel van de Floriade uit 1972 waardoor
bescherming als gemeentelijk monument gerechtvaardigd kan worden. Op nationaal
niveau heeft het echter te weinig onderscheidende waarde mede ook door de
aantastingen, waardoor de ARM plaatsing op de rijkslijst niet voorstaat. Een
verankering in een beschermend bestemmingsplan van het oudste deel (het deel
waarvoor de monumentaanvraag is ingediend) wordt echter zeer bepleit aangezien
de ARM van mening is dat het park voor Amsterdam
gehandhaafd moet blijven.
Om
in de toekomst een afgewogen oordeel te kunnen geven over de waarden van
groengebieden in de stad, adviseert de ARM om brede inventarisatie van Amsterdamse
groengebieden te maken zoals plantsoenen, zwembadterreinen en dergelijke. Op
basis van het beeld dat zo verkregen wordt kan aan de hand van criteria een
zorgvuldige selectie plaatsvinden van onder meer parken die voor bescherming in
aanmerking komen.
Namens
de ARM,
E.H.
Agtsteribbe (voorz.) A.W.M.
van Dijk (secr.)
c.c. stadsdeel ZuiderAmstel,
mevr. Groen
bMA,
J. van Niekerk
